B15 – LE PORTFOLIO : STIMULER L’AUTONOMIE ET LA MOTIVATION DES ÉLÈVES

|

Angélique Pichonnier et Christine Vidon – Rijksuniversiteit Groningen – Pays-Bas
(FRANÇAIS)

Dans cet atelier, nous explorerons les possibilités offertes par le portfolio en termes d’autonomie, de réflexivité, d’engagement et de motivation chez l’apprenant mais aussi de suivi pédagogique pour l’enseignant. Nous visiterons ensemble les possibilités applicables à votre contexte en nous basant sur les leçons que nous avons tirées de notre propre expérience. Vous voulez apprendre, échanger et construire avec nous ? Soyez les bienvenu.e.s !

En stock

Autres ateliers intéressants

  • D14 – LITERATUUR = TAALVAARDIGHEID

    Lia Nijdam en Marja Rietveld – csg Bogerman, Sneek; Willem Lodewijk Gymnasium, Groningen – Nederland (NEDERLANDS)

    In alle nieuwe examendomeinen van het concept examenprogramma uit 2024 komt literatuur voor. Het valt onder het rijke aanbod van talige bronnen die we leerlingen aanbieden (“Communicatie”), het biedt volop voorbeelden van taalvariatie (“Taalbewustzijn”) en literatuur is een mooie bron om cultuurgebonden aspecten te analyseren (“Cultuurbewustzijn”). Er is zelfs het subdomein “Cultuur en fictie”. Reden genoeg dus om literatuur een grotere rol te geven in de bovenbouw! In het huidige examenprogramma staat de taalvaardigheid centraal. De uitdaging van het nieuwe programma is dat we moeten proberen de taalvaardigheid te koppelen aan inhoudelijk relevante thema’s. Wij denken dat literatuur daar een geschikt middel voor is en dat het goed mogelijk is om luister-, schrijf- en spreekvaardigheid te koppelen aan literaire teksten. In deze workshop geven we concrete voorbeelden uit onze lespraktijk (bovenbouw havo/vwo) en verkennen we geschikte bronnen, zodat u zelf aan de slag kunt met literatuur in de les.

  • C03 – ONZE ONDERWIJSKEUZES GEÏNSPIREERD DOOR DE THEORIE

    Audrey Rousse-Malpat – Rijksuniversiteit Groningen – Nederland (NEDERLANDS)

    “Het idee dat wat we onderwijzen ook precies is wat leerlingen leren — en op het moment dat we het aanbieden — is niet alleen simplistisch, het is onjuist.” (Michael Long). Dit citaat van een bekende taalonderzoeker benadrukt dat effectieve taaldidactiek gebaseerd moet zijn op een goed begrip van de cognitieve processen achter taalverwerving. Met de opkomst van kunstmatige intelligentie beschikken studenten over krachtige hulpmiddelen. Toch heerst vaak het misverstand dat deze technologieën volstaan om een taal te leren. Onderzoek toont echter aan dat actieve inspanning en bewuste verwerking cruciaal zijn voor het ontwikkelen van diepgaand begrip en het vormen van complexe ideeën. Als taaldocenten richten we ons op de beste didactische methodes: hoe we taal en cultuur onderwijzen, hoe we lesinhoud structureren, hoe we toetsen. Maar wat als we het perspectief omdraaien? Wat als we eerst onderzoeken hoe mensen daadwerkelijk een taal leren, ook in tijden van AI? In deze masterclass verkennen we samen inzichten uit de neurolinguïstiek en psychologie die ons helpen om taalonderwijs effectiever en betekenisvoller te maken.