D12 – UITSPRAAK VERBETEREN DOOR FORMATIEF HANDELEN

|

Twan Geerts en Quinn Platje – HAN University of Applied Sciences, Nijmegen; Willem van Oranjecollege, Waalwijk – Nederland
(NEDERLANDS)

Uitspraak is vaak het ondergeschoven kindje in leergangen en in de toch al beperkte lestijd Frans. Vanuit communicatief oogpunt is het echter de verpakking van het product dat talige boodschap heet – un atout de communication: het is wat de luisteraar het eerst opvalt als er Frans gesproken wordt. Denk maar eens aan een willekeurige landgenoot die je “slecht” Engels of Frans hoort spreken: ligt dit aan diens grammaticale fouten en woordenschat, of aan diens onmiskenbaar Nederlandse uitspraak? In deze workshop laten we zien hoe studenten en leerlingen zelf succesfactoren kunnen bepalen voor een Franse uitspraak door uit te vinden waarom een goede uitspraak nu zo Frans klinkt. Ook kunnen zij hun eigen uitspraak opnemen, terugluisteren en daarna zichzelf en klasgenoten van feedback voorzien aan de hand van beoordelingscriteria van de docent. Op die manier worden ze zich bewust van hun eigen uitspraak en zijn ze in staat om deze zelf te verbeteren.

En stock

Autres ateliers intéressants

  • A10 – TAALBEWUST GRAMMATICAONDERWIJS IN DE LES FRANS, ATOUT LINGUISTIQUE

    Twan Geerts en Quinn Platje – HAN University of Applied Sciences, Nijmegen; Willem van Oranjecollege, Waalwijk – Nederland (NEDERLANDS)

    In de nieuwe examenprogramma’s moderne vreemde talen is veel aandacht voor taalbewustzijn. In deze workshop bespreken we recent onderzoek van o.a. Gijs Leenders (Hogeschool Rotterdam) dat laat zien hoe docenten Nederlands en moderne vreemde talen gezamenlijk kunnen optrekken in een grammaticaleerlijn die gebruik maakt van talenvergelijking. Daarna laten we, aan de hand van een aantal concrete voorbeelden uit lessen Frans, zien hoe leerlingen zelf grammaticaregels kunnen ontdekken door verschillende talen met elkaar te vergelijken. Hoe werken de trappen van vergelijking bijvoorbeeld in verschillende talen? Door de regel zelf te ontdekken, breder inzicht te krijgen in hoe taalsystemen werken en dit vervolgens meteen toe te passen in een communicatieve context, maken leerlingen zich de Franse grammatica beter en blijvend eigen. Probeer het zelf uit!

  • E11 – WAT DOEN WE EIGENLIJK MET DIE WOORDJES?

    Florentine Krijnen – Vrije Universiteit Amsterdam; Vrijeschool Zutphen – Nederland (NEDERLANDS)

    Woordverwerving maakt deel uit van iedere les Frans: zonder woordenschat geen taalverwerving! Als docenten Frans zijn we het er ongetwijfeld over eens dat het vergroten van de woordenschat van onze leerlingen belangrijk is. Woorden zijn de betekenisdragers van iedere vorm van communicatie en een stevige woordenschat is een duidelijke voorspeller voor taalvaardigheid. (Nation, 2013) Toch blijkt het een behoorlijke uitdaging om leerlingen over voldoende woordenschat te laten beschikken, zeker voor de lange(re) termijn en om ervan te kunnen profiteren in het uitoefenen van de diverse vaardigheden. Met de nieuwe kerndoelen en het toekomstige examenprogramma (SLO, 2024) is het nog veel belangrijker geworden dat leerlingen over voldoende woordenschat-bagage beschikken. In de huidige lespraktijk is het echter veelal de leerling die zelf én zelfstandig aan zet is als het op vocabulaire leren aankomt, terwijl vanuit de theorie het handelen van de docent juist cruciaal blijkt voor het succes ervan. Wat zijn de ingrediënten voor een didactiek op woordverwerving? Wat zijn manieren zijn er om meer of anders aandacht te besteden aan woordenschatonderwijs, opdat de leerlingen een bredere, betere en bruikbaardere woordenschat verwerven, voor de lange termijn? Graag deel ik in deze workshop praktische tips en invalshoeken voor een verstevigde woordenschatdidactiek.