Boekenbon t.w.v. 50 euro
Jour :
|
Heure :
Jour :
|
Heure :
Florentine Krijnen – Vrije Universiteit Amsterdam; Vrijeschool Zutphen – Nederland (NEDERLANDS)
Woordverwerving maakt deel uit van iedere les Frans: zonder woordenschat geen taalverwerving! Als docenten Frans zijn we het er ongetwijfeld over eens dat het vergroten van de woordenschat van onze leerlingen belangrijk is. Woorden zijn de betekenisdragers van iedere vorm van communicatie en een stevige woordenschat is een duidelijke voorspeller voor taalvaardigheid. (Nation, 2013) Toch blijkt het een behoorlijke uitdaging om leerlingen over voldoende woordenschat te laten beschikken, zeker voor de lange(re) termijn en om ervan te kunnen profiteren in het uitoefenen van de diverse vaardigheden. Met de nieuwe kerndoelen en het toekomstige examenprogramma (SLO, 2024) is het nog veel belangrijker geworden dat leerlingen over voldoende woordenschat-bagage beschikken. In de huidige lespraktijk is het echter veelal de leerling die zelf én zelfstandig aan zet is als het op vocabulaire leren aankomt, terwijl vanuit de theorie het handelen van de docent juist cruciaal blijkt voor het succes ervan. Wat zijn de ingrediënten voor een didactiek op woordverwerving? Wat zijn manieren zijn er om meer of anders aandacht te besteden aan woordenschatonderwijs, opdat de leerlingen een bredere, betere en bruikbaardere woordenschat verwerven, voor de lange termijn? Graag deel ik in deze workshop praktische tips en invalshoeken voor een verstevigde woordenschatdidactiek.Janny Spreen – Project Frans; Zeven Linden College, Dedemsvaart – Nederland (NEDERLANDS)
In deze workshop wordt ingegaan op het inzetten van AIM (Accelerative Integrated Methodology) in leerjaar 2 en 3. In leerjaar 1 is met het verhaal Les trois petits cochons of met het verhaal Salut, mon ami! een stevige basis gelegd. Het zou logisch zijn om met AIM in leerjaar 2 deze basis uit te bouwen met het vervolgverhaal Comment y aller? of met Veux-tu danser? en in leerjaar 3 met Qui arrive ce soir?, maar veel docenten weten niet goed wat het inzetten van deze verhalen beoogt te bereiken in de onderbouwklassen. Deze workshop geeft op meerdere vragen een antwoord, zoals welke woordenschat en grammatica worden aangeboden. Maar ook vragen als: Hoe wordt het spreken en schrijven gecontinueerd en uitgebouwd naar onafhankelijker en creatiever spreken en schrijven? Welke rol spelen de gebaren als ondersteunend hulpmiddel? Wordt dit (enigszins) afgebouwd? Hoe wordt de opgebouwde woordenschat uit leerjaar 1 herhaald? Hoe kun je alle vaardigheden efficiënt toetsen? Welke andere werkvormen komen aan bod? Ook wordt aandacht besteed aan het uitbouwen van steeds meer zelfstandig (samen)werken van leerlingen aan bepaalde taaltaken. Tenslotte wordt ingegaan op enkele speelse lesideeën ter afwisseling binnen het lesprogramma of ter aanvulling daarop.
