D14 – LITERATUUR = TAALVAARDIGHEID

|

Lia Nijdam en Marja Rietveld – csg Bogerman, Sneek; Willem Lodewijk Gymnasium, Groningen – Nederland
(NEDERLANDS)

In alle nieuwe examendomeinen van het concept examenprogramma uit 2024 komt literatuur voor. Het valt onder het rijke aanbod van talige bronnen die we leerlingen aanbieden (“Communicatie”), het biedt volop voorbeelden van taalvariatie (“Taalbewustzijn”) en literatuur is een mooie bron om cultuurgebonden aspecten te analyseren (“Cultuurbewustzijn”). Er is zelfs het subdomein “Cultuur en fictie”. Reden genoeg dus om literatuur een grotere rol te geven in de bovenbouw! In het huidige examenprogramma staat de taalvaardigheid centraal. De uitdaging van het nieuwe programma is dat we moeten proberen de taalvaardigheid te koppelen aan inhoudelijk relevante thema’s. Wij denken dat literatuur daar een geschikt middel voor is en dat het goed mogelijk is om luister-, schrijf- en spreekvaardigheid te koppelen aan literaire teksten. In deze workshop geven we concrete voorbeelden uit onze lespraktijk (bovenbouw havo/vwo) en verkennen we geschikte bronnen, zodat u zelf aan de slag kunt met literatuur in de les.

Rupture de stock

Autres ateliers intéressants

  • B10 – VOLG EEN LES UIT LIBRE SERVICE EN DENK MEE

    Uitgeverij ThiemeMeulenhoff – Nederland (FRANÇAIS)

    Een nieuwe editie van Libre Service is in de maak. Een team van docenten, auteurs en redacteuren werkt aan een frisse nieuwe uitgave, boordevol Franse taal, cultuur en geschiedenis. Wat moet een leerling écht meekrijgen van de Franse taal en het feit dat deze wereldwijd invloed heeft gehad? Dat is de centrale opdracht aan het team achter deze uitgave, die thematisch is opgebouwd en ruimte biedt voor taalverwerving én culturele verdieping. Tijdens deze workshop krijg je een eerste blik op het nieuwe materiaal. Je ontdekt hoe het boek uitnodigt tot actief leren, oefenen en communiceren in het Frans. In het atelier volg je een voorbeeldles en ervaar je hoe het materiaal leerlingen op het puntje van hun stoel kan krijgen, popelend om hun zegje te doen – in het Frans natuurlijk. De workshop biedt niet alleen een voorproefje van de inhoud, maar ook de mogelijkheid om mee te denken over de invulling van het lesmateriaal. Laat je inspireren door het team achter de uitgave en beleef de les als was je een leerling. Een unieke kans om samen te bouwen aan lesmateriaal dat leerlingen écht raakt en motiveert.

  • D17 – LE QUÉBEC AU FIL DE L’HUMOUR

    Bernard Andrès – Université du Québec à Montréal – Canada (FRANÇAIS)

    Dès la Nouvelle-France, on observe chez les anciens Canadiens un rapport particulier à l’environnement physique et humain de la colonie : s’en distancier par le rire (parodies théâtrales, charivaris, déguisements condamnés par l’Église, etc.). Sous le régime anglais, après 1760, la presse et le théâtre prennent le relais de ces pratiques défiant la censure. Puis, les luttes parlementaires et les Rébellions des années 1830 exacerbent les manifestations de défis de l’autorité, notamment dans la presse satirique. Le Fantasque de Napoléon Aubin, la Lanterne canadienne d’Arthur Buies, les chroniques de Robertine Barry, mais aussi les romans satiriques du tournant du siècle. La guerre de 1914-1918 génère son lot de facéties chez les Poilus canadiens-français. Les revues burlesques introduisent le parler populaire sur les scènes, annonçant le succès du « joual » dans la dramaturgie et le roman québécois des années 1960-1970 (Michel Tremblay, Réjean Ducharme, Marie-Claire Blais, etc.). Le succès des monologuistes Yvan Deschamps et Marc Favreau sera relayé par de nouvelles générations d’humoristes sur les plateaux de TV, sur le Web et dans les festivals de l’humour (« Juste pour rire »), alors que l’École nationale de l’humour institutionnalise la formation dans le domaine, sous la maxime « On ne plaisante pas avec l’humour » (https://youtu.be/akLwmrfdcJM).