D12 – UITSPRAAK VERBETEREN DOOR FORMATIEF HANDELEN

|

Twan Geerts en Quinn Platje – HAN University of Applied Sciences, Nijmegen; Willem van Oranjecollege, Waalwijk – Nederland
(NEDERLANDS)

Uitspraak is vaak het ondergeschoven kindje in leergangen en in de toch al beperkte lestijd Frans. Vanuit communicatief oogpunt is het echter de verpakking van het product dat talige boodschap heet – un atout de communication: het is wat de luisteraar het eerst opvalt als er Frans gesproken wordt. Denk maar eens aan een willekeurige landgenoot die je “slecht” Engels of Frans hoort spreken: ligt dit aan diens grammaticale fouten en woordenschat, of aan diens onmiskenbaar Nederlandse uitspraak? In deze workshop laten we zien hoe studenten en leerlingen zelf succesfactoren kunnen bepalen voor een Franse uitspraak door uit te vinden waarom een goede uitspraak nu zo Frans klinkt. Ook kunnen zij hun eigen uitspraak opnemen, terugluisteren en daarna zichzelf en klasgenoten van feedback voorzien aan de hand van beoordelingscriteria van de docent. Op die manier worden ze zich bewust van hun eigen uitspraak en zijn ze in staat om deze zelf te verbeteren.

En stock

Autres ateliers intéressants

  • C09 – LES ATOUTS DU FRANÇAIS AVEC AIM EN CLASSE 2 ET 3 !

    Janny Spreen – Project Frans; Zeven Linden College, Dedemsvaart – Nederland (NEDERLANDS)

    In deze workshop wordt ingegaan op het inzetten van AIM (Accelerative Integrated Methodology) in leerjaar 2 en 3. In leerjaar 1 is met het verhaal Les trois petits cochons of met het verhaal Salut, mon ami! een stevige basis gelegd. Het zou logisch zijn om met AIM in leerjaar 2 deze basis uit te bouwen met het vervolgverhaal Comment y aller? of met Veux-tu danser? en in leerjaar 3 met Qui arrive ce soir?, maar veel docenten weten niet goed wat het inzetten van deze verhalen beoogt te bereiken in de onderbouwklassen. Deze workshop geeft op meerdere vragen een antwoord, zoals welke woordenschat en grammatica worden aangeboden. Maar ook vragen als: Hoe wordt het spreken en schrijven gecontinueerd en uitgebouwd naar onafhankelijker en creatiever spreken en schrijven? Welke rol spelen de gebaren als ondersteunend hulpmiddel? Wordt dit (enigszins) afgebouwd? Hoe wordt de opgebouwde woordenschat uit leerjaar 1 herhaald? Hoe kun je alle vaardigheden efficiënt toetsen? Welke andere werkvormen komen aan bod? Ook wordt aandacht besteed aan het uitbouwen van steeds meer zelfstandig (samen)werken van leerlingen aan bepaalde taaltaken. Tenslotte wordt ingegaan op enkele speelse lesideeën ter afwisseling binnen het lesprogramma of ter aanvulling daarop.

  • A04 – LA LANGUE FRANÇAISE ENTRE DÉFIS ET OPPORTUNITÉS

    Manon Clement et Marion Audebaud – NHL Stenden, Leeuwarden – Pays-Bas (FRANÇAIS)

    « Le français, c’est ennuyeux ! » « Ce n’est pas utile. » Ces phrases vous semblent-elles familières ? Vous les avez sans doute déjà entendues. Quels outils sont disponibles pour stimuler leur motivation ? Quelles opportunités la langue française offre-t-elle après l’école ? Grâce à cette approche, l’atelier vous aidera à rendre la langue française plus accessible et à inciter vos élèves à l’exploiter en dehors de la classe.