D08 – Y A-T-IL UN FUTUR POUR L’ENSEIGNEMENT BIMODAL APRÈS LE COVID ?

|

Giedo Custers – Profff – Belgique
(FRANÇAIS)

Bien que l’enseignement en présentiel soit toujours le modèle préféré en raison de sa fonction essentielle dans la création du lien social, l’enseignement bimodal s’impose parfois.
L’enseignement bimodal est un mode dérivé du présentiel : il s’agit d’un enseignement offert simultanément en présence et à distance. Professeurs et apprenants sont présents en même temps pour donner ou suivre des enseignements communs, mais en mode bimodal, une partie des apprenants est présente physiquement, l’autre partie suit le cours à distance. Ceci peut par exemple être le cas quand il y a des apprenants qui ne peuvent pas se rendre à l’école à cause de maladies, de grève ou pour autre raison. Pendant la période du covid, les professeurs ont dû s’adapter à un enseignement à distance. Cette expérience a enrichi notre panoplie de modes d’enseignement. Pas mal de techniques utilisées dans l’enseignement à distance sont utiles dans l’enseignement bimodal. Dans cette intervention, je proposerai une série d’activités qui sont utiles dans l’enseignement bimodal. Référence: Giedo Custers et Lili Sotkovsky« Guide pratique de la formation à distance », édition PUG, 2025

Rupture de stock

Autres ateliers intéressants

  • C09 – LES ATOUTS DU FRANÇAIS AVEC AIM EN CLASSE 2 ET 3 !

    Janny Spreen – Project Frans; Zeven Linden College, Dedemsvaart – Nederland (NEDERLANDS)

    In deze workshop wordt ingegaan op het inzetten van AIM (Accelerative Integrated Methodology) in leerjaar 2 en 3. In leerjaar 1 is met het verhaal Les trois petits cochons of met het verhaal Salut, mon ami! een stevige basis gelegd. Het zou logisch zijn om met AIM in leerjaar 2 deze basis uit te bouwen met het vervolgverhaal Comment y aller? of met Veux-tu danser? en in leerjaar 3 met Qui arrive ce soir?, maar veel docenten weten niet goed wat het inzetten van deze verhalen beoogt te bereiken in de onderbouwklassen. Deze workshop geeft op meerdere vragen een antwoord, zoals welke woordenschat en grammatica worden aangeboden. Maar ook vragen als: Hoe wordt het spreken en schrijven gecontinueerd en uitgebouwd naar onafhankelijker en creatiever spreken en schrijven? Welke rol spelen de gebaren als ondersteunend hulpmiddel? Wordt dit (enigszins) afgebouwd? Hoe wordt de opgebouwde woordenschat uit leerjaar 1 herhaald? Hoe kun je alle vaardigheden efficiënt toetsen? Welke andere werkvormen komen aan bod? Ook wordt aandacht besteed aan het uitbouwen van steeds meer zelfstandig (samen)werken van leerlingen aan bepaalde taaltaken. Tenslotte wordt ingegaan op enkele speelse lesideeën ter afwisseling binnen het lesprogramma of ter aanvulling daarop.

  • B09 – HOE MAAK JE EEN TAALTAAK?

    Aly Jellema – NHL Stenden Hogeschool, Leeuwarden – Nederland (NEDERLANDS)

    Taaltaken passen uitstekend in de actuele vakvisie moderne vreemde talen. Ze lokken andere leerprocessen uit: leerlingen tonen meer motivatie dan bij traditioneel onderwijs vanuit een leergang. Daarom proberen veel docenten hun onderwijs leuker te maken met creatieve en praktische opdrachten. Maar dat is niet hetzelfde als taakgericht werken. Het is niet zo moeilijk om een taaltaak te maken, als je de principes en de eerste stappen kent. Andere misverstanden uit de weg: je kunt daarbij je leergang gebruiken (maar het moet niet) en ook is klassikaal werken geen taboe. In deze workshop leer je over de opbouw, toetsing, planning en praktische zaken. Je start met een eigen ontwerp tijdens dit uur. Na dit congres wil je zo snel mogelijk je eigen taaltaak afmaken en uitproberen. Daarmee start er voor jou én je leerlingen een boeiend leerproces. Een zelfontworpen taaltaak levert jou én je leerlingen zoveel meer op, dat je daarna niet meer anders wilt. Kom dus het liefst samen met je collega, want samen leer je sneller en beter.