C16 – INTELLIGENCE ARTIFICIELLE? QU’EST-CE QUI EST VRAIMENT UTILE?

|

Giedo Custers – Profff – Belgique
(FRANÇAIS)

L’intelligence artificielle fait débat. Le nombre d’applications IA augmente chaque jour. On nous promet le ciel sur terre. Mais, les développements dans le domaine de l’IA nous confrontent à de nombreuses questions dont une des plus importantes est : « Qu’est-ce qui est vraiment utile ? Qu’est-ce qui fonctionne vraiment ? » Je propose une intervention dans laquelle je m’interroge sur la place de l’IA dans l’enseignement de la langue française. Je présente un éventail d’outils récents avec des exemples de leur utilité pour la classe. Nous verrons comment le professeur et l’apprenant peuvent en tirer leur profit et comment éviter des pièges qui sont inhérentes à l’utilisation de l’IA. La tonalité de la présentation est basé sur l’esprit critique et sur la valeur ajoutée des applications.

Rupture de stock

Autres ateliers intéressants

  • E11 – WAT DOEN WE EIGENLIJK MET DIE WOORDJES?

    Florentine Krijnen – Vrije Universiteit Amsterdam; Vrijeschool Zutphen – Nederland (NEDERLANDS)

    Woordverwerving maakt deel uit van iedere les Frans: zonder woordenschat geen taalverwerving! Als docenten Frans zijn we het er ongetwijfeld over eens dat het vergroten van de woordenschat van onze leerlingen belangrijk is. Woorden zijn de betekenisdragers van iedere vorm van communicatie en een stevige woordenschat is een duidelijke voorspeller voor taalvaardigheid. (Nation, 2013) Toch blijkt het een behoorlijke uitdaging om leerlingen over voldoende woordenschat te laten beschikken, zeker voor de lange(re) termijn en om ervan te kunnen profiteren in het uitoefenen van de diverse vaardigheden. Met de nieuwe kerndoelen en het toekomstige examenprogramma (SLO, 2024) is het nog veel belangrijker geworden dat leerlingen over voldoende woordenschat-bagage beschikken. In de huidige lespraktijk is het echter veelal de leerling die zelf én zelfstandig aan zet is als het op vocabulaire leren aankomt, terwijl vanuit de theorie het handelen van de docent juist cruciaal blijkt voor het succes ervan. Wat zijn de ingrediënten voor een didactiek op woordverwerving? Wat zijn manieren zijn er om meer of anders aandacht te besteden aan woordenschatonderwijs, opdat de leerlingen een bredere, betere en bruikbaardere woordenschat verwerven, voor de lange termijn? Graag deel ik in deze workshop praktische tips en invalshoeken voor een verstevigde woordenschatdidactiek.

  • D13 – AUTHENTIEKE INTERACTIE IN HET KLASLOKAAL

    Wim Gombert – Project Frans – Nederland (NEDERLANDS)

    Als we meer ‘evidence-based’ willen werken als MVT-docent, kunnen we niet meer om een ‘usage-based’ perspectief heen waarbij de taal geleerd wordt door deze te gebruiken. In een dergelijke benadering wordt de doeltaal veel meer gebruikt in de les waardoor de interactie authentieker kan worden. Bij authentieke communicatie is de taal écht het voertuig van de (tiener)geest, dat wil zeggen dat er sprake is van spontane, échte interactie tussen tieners. Als we erin slagen om de taalleerder zoveel mogelijk te laten doen wat hij/zij wil wint de interactie aan authenticiteit en ontstaat intrinsieke motivatie. Tegelijkertijd heeft onderzoek naar ‘gamification’ laten zien dat intrinsieke motivatie vooral ontstaat als drie basisbehoeften vervuld worden: autonomie, competentie en verbondenheid. Zodra deze ingrediënten aanwezig zijn kunnen spelletjes resulteren in een effectief leerproces. Maar hoe kunnen we bijvoorbeeld leesvaardigheid of werkwoordgebruik trainen in spelvorm? In dit atelier zullen verschillende onderdelen van het curriculum ‘gegamificeerd’ worden waarbij de deelnemers zelf de rol van leerling zullen vervullen.