WiFi
Jour :
|
Heure :
Jour :
|
Heure :
Audrey Rousse-Malpat – Rijksuniversiteit Groningen – Nederland (NEDERLANDS)
“Het idee dat wat we onderwijzen ook precies is wat leerlingen leren — en op het moment dat we het aanbieden — is niet alleen simplistisch, het is onjuist.” (Michael Long). Dit citaat van een bekende taalonderzoeker benadrukt dat effectieve taaldidactiek gebaseerd moet zijn op een goed begrip van de cognitieve processen achter taalverwerving. Met de opkomst van kunstmatige intelligentie beschikken studenten over krachtige hulpmiddelen. Toch heerst vaak het misverstand dat deze technologieën volstaan om een taal te leren. Onderzoek toont echter aan dat actieve inspanning en bewuste verwerking cruciaal zijn voor het ontwikkelen van diepgaand begrip en het vormen van complexe ideeën. Als taaldocenten richten we ons op de beste didactische methodes: hoe we taal en cultuur onderwijzen, hoe we lesinhoud structureren, hoe we toetsen. Maar wat als we het perspectief omdraaien? Wat als we eerst onderzoeken hoe mensen daadwerkelijk een taal leren, ook in tijden van AI? In deze masterclass verkennen we samen inzichten uit de neurolinguïstiek en psychologie die ons helpen om taalonderwijs effectiever en betekenisvoller te maken.
Wim Gombert – Project Frans – Nederland (NEDERLANDS)
De communicatieve methode vroeg vooral om een functionele (‘can-do’-) aanpak vanuit het ‘learning-to-write’-perspectief waarbij diverse schrijfproducten (brieven, emails, enz.) het doel waren. Met de komst van krachtige vertaalsoftware wordt het ‘writing-to-learn’-perspectief opeens veel interessanter. Want waarom zouden we leerlingen nog leren om brieven of emails te schrijven als we beschikken over ChatGPT? Maar ook al kun je twijfelen aan het nut van schrijfvaardigheid als doel op zich, het schrijven in een vreemde taal kan een grote bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de algemene taalvaardigheid. Echter, als we dit perspectief kiezen, is het ook noodzakelijk om de beoordeling aan te passen: In plaats van het beoordelen van diverse vormaspecten, zouden we diverse CAF-maten (Complexity, Accuracy, Fluency) of chunks kunnen gebruiken om het algemene niveau van taalvaardigheid te beoordelen of zouden we specifieke grammaticale thema’s kunnen beoordelen. Een groot voordeel is dat deze maten ook uitstekend te meten zijn door software waardoor de tijd die een docent nodig heeft voor de beoordeling sterk gereduceerd kan worden en de leerling betere feedback krijgt over zijn/haar ontwikkeling. Tijdens dit atelier laat ik deelnemers zelf schrijftaken ontwerpen en door leerlingen gemaakte taken beoordelen met en zonder software.
