E14 – FRANSE LITERATUUR IN DE ONDERBOUW

|

Lia Nijdam en Marja Rietveld – csg Bogerman, Sneek; Willem Lodewijk Gymnasium, Groningen – Nederland
(NEDERLANDS)

De nieuwe conceptkerndoelen voor de onderbouw bieden volop mogelijkheden om literatuur te behandelen in de onderbouw. Er is ruimte voor het lezen van fictie voor het onderdeel leesvaardigheid en literatuur biedt bij uitstek een rijk taalaanbod. Ook zou je het kunnen verbinden aan interculturele communicatie en taal- en cultuurbewustzijn. De praktijk is echter weerbarstig. Waar haal je interessante teksten met goede opdrachten vandaan en waar vind je er de (les)tijd voor? Het zou handig zijn om literaire bronnen te vervlechten met de lesstof. Maar hoe doe je dat? Welke literatuur is geschikt? Wat voor opdrachten kun je maken met fictieteksten? In deze workshop laten we een paar voorbeelden zien van literatuur in de onderbouw (klas 3).

Rupture de stock

Autres ateliers intéressants

  • C09 – LES ATOUTS DU FRANÇAIS AVEC AIM EN CLASSE 2 ET 3 !

    Janny Spreen – Project Frans; Zeven Linden College, Dedemsvaart – Nederland (NEDERLANDS)

    In deze workshop wordt ingegaan op het inzetten van AIM (Accelerative Integrated Methodology) in leerjaar 2 en 3. In leerjaar 1 is met het verhaal Les trois petits cochons of met het verhaal Salut, mon ami! een stevige basis gelegd. Het zou logisch zijn om met AIM in leerjaar 2 deze basis uit te bouwen met het vervolgverhaal Comment y aller? of met Veux-tu danser? en in leerjaar 3 met Qui arrive ce soir?, maar veel docenten weten niet goed wat het inzetten van deze verhalen beoogt te bereiken in de onderbouwklassen. Deze workshop geeft op meerdere vragen een antwoord, zoals welke woordenschat en grammatica worden aangeboden. Maar ook vragen als: Hoe wordt het spreken en schrijven gecontinueerd en uitgebouwd naar onafhankelijker en creatiever spreken en schrijven? Welke rol spelen de gebaren als ondersteunend hulpmiddel? Wordt dit (enigszins) afgebouwd? Hoe wordt de opgebouwde woordenschat uit leerjaar 1 herhaald? Hoe kun je alle vaardigheden efficiënt toetsen? Welke andere werkvormen komen aan bod? Ook wordt aandacht besteed aan het uitbouwen van steeds meer zelfstandig (samen)werken van leerlingen aan bepaalde taaltaken. Tenslotte wordt ingegaan op enkele speelse lesideeën ter afwisseling binnen het lesprogramma of ter aanvulling daarop.

  • C04 – EUROPESE CULTUUR IN DE KLAS VOOR JONGERE LEERLINGEN

    Charlotte Vellenga – AEDE Nederland – Nederland (NEDERLANDS)

    In dit atelier laat ik zien hoe op een voor leerlingen interessante manier Europese cultuur in de lessen Frans verwerkt kan worden. AEDE-nl heeft meegedaan aan het Projet Culturel Européen, waarin 10 Europese landen vertegenwoordigd waren.  Met de deelnemende landen hebben we gekeken wat leerlingen weten over de Europese unie, welke namen, monumenten of evenementen zij noemen. Ook hebben we onderzocht wat zij verstaan onder cultuur. Basisscholen van de verschillende landen hebben projecten met elkaar gedaan, bv over monumenten en belangrijke gebouwen, feestdagen, eetgewoontes. Er is materiaal ontwikkeld dat in de les gebruikt kan worden.  De deelnemers krijgen voorbeelden mee.