E14 – FRANSE LITERATUUR IN DE ONDERBOUW

|

Lia Nijdam en Marja Rietveld – csg Bogerman, Sneek; Willem Lodewijk Gymnasium, Groningen – Nederland
(NEDERLANDS)

De nieuwe conceptkerndoelen voor de onderbouw bieden volop mogelijkheden om literatuur te behandelen in de onderbouw. Er is ruimte voor het lezen van fictie voor het onderdeel leesvaardigheid en literatuur biedt bij uitstek een rijk taalaanbod. Ook zou je het kunnen verbinden aan interculturele communicatie en taal- en cultuurbewustzijn. De praktijk is echter weerbarstig. Waar haal je interessante teksten met goede opdrachten vandaan en waar vind je er de (les)tijd voor? Het zou handig zijn om literaire bronnen te vervlechten met de lesstof. Maar hoe doe je dat? Welke literatuur is geschikt? Wat voor opdrachten kun je maken met fictieteksten? In deze workshop laten we een paar voorbeelden zien van literatuur in de onderbouw (klas 3).

Rupture de stock

Autres ateliers intéressants

  • E06 – ACTIVITÉS D’EXPRESSION ORALE : MAIS AU FAIT, COMMENT VA LA JOCONDE ?

    Michel Boiron – indépendant, expert, consultant pédagogique, Vichy – France (FRANÇAIS)

    À partir de quelques exemples de séquences pédagogiques créatives et récréatives centrées sur l’expression orale, dont la toile de fond sera le tableau de Léonard de Vinci, l’atelier présentera des principes pédagogiques pour animer et dynamiser la classe de français. La Joconde, portrait de Mona Lisa, est un des tableaux les plus célèbres au monde. Il est source d’inspiration de multitudes de caricatures, d’intrigues de films, de romans, de détournements créatifs… Il suscite la convoitise, l’admiration ou la moquerie. Chaque jour, des milliers de touristes se photographient avec Mona Lisa et le tableau a sa place tout aussi bien dans l’actualité littéraire que dans l’actualité des protestations spectaculaires lorsque des militants veulent obtenir une audience internationale. Voilà de quoi offrir une multitude de pistes pour des activités amusantes et utiles en classe de français.

  • A13 – EEN KIJKJE IN DE CITO-KEUKEN

    Youri Courtin en Eva Cornuijt – Cito – Nederland (NEDERLANDS)

    Hoe komt een centraal schriftelijk examen tot stand? Wie kiest de teksten? Wie maken er vragen bij? Hoeveel keer wordt er aan een examenvraag gesleuteld vooraleer deze in een examen verschijnt? Wie stelt de antwoorden in het correctievoorschrift op? En hoe zullen examenvorm en -inhoud mogelijk veranderen als gevolg van de vakvernieuwing? Tijdens dit atelier neemt u een kijkje in de Cito-keuken en krijgt u inzicht in de verschillende etappes in het huidige examenconstructieproces. Een toetsdeskundige van Cito laat u kennis maken met de werkwijze van examenmakers en benoemt de criteria die een rol spelen bij het kiezen en bewerken van examenmateriaal. Ook zult u een aantal concrete voorbeelden zien van de ontwikkeling van een examenvraag. Daarnaast passeert de vakvernieuwing de revue: op het moment van schrijven zijn de opdrachten voor de fase van beproeven aangeleverd. Dit materiaal verschilt op diverse punten sterk van het huidige centraal schriftelijk examen. Ten slotte kruipt u als deelnemer in de huid van een examenmaker en kunt u mogelijke bronnen ‘keuren’, waarna u zelf examenvragen bedenkt bij volgens u geschikt examenmateriaal.