E14 – FRANSE LITERATUUR IN DE ONDERBOUW

|

Lia Nijdam en Marja Rietveld – csg Bogerman, Sneek; Willem Lodewijk Gymnasium, Groningen – Nederland
(NEDERLANDS)

De nieuwe conceptkerndoelen voor de onderbouw bieden volop mogelijkheden om literatuur te behandelen in de onderbouw. Er is ruimte voor het lezen van fictie voor het onderdeel leesvaardigheid en literatuur biedt bij uitstek een rijk taalaanbod. Ook zou je het kunnen verbinden aan interculturele communicatie en taal- en cultuurbewustzijn. De praktijk is echter weerbarstig. Waar haal je interessante teksten met goede opdrachten vandaan en waar vind je er de (les)tijd voor? Het zou handig zijn om literaire bronnen te vervlechten met de lesstof. Maar hoe doe je dat? Welke literatuur is geschikt? Wat voor opdrachten kun je maken met fictieteksten? In deze workshop laten we een paar voorbeelden zien van literatuur in de onderbouw (klas 3).

Rupture de stock

Autres ateliers intéressants

  • E13 – HOE WORD IK EEN EUROPEES BURGER, MIJN PERSOONLIJKE LOGBOEK

    Charlotte Vellinga – AEDE-Nederland – Nederland (NEDERLANDS)

    AEDE-nl heeft meegedaan aan verschillende Europese projecten. o.a. Elicit en Elicit plus. Met 14 deelnemende Europese landen is een programma opgezet met als onderwerp: kennis van Europa. Wat zou een leerling op een bepaalde leeftijd van Europa moeten weten? Over de buurlanden, andere talen, de Europese unie, burgerschap. Er is een portfolio ontwikkeld, waarin de leerling aan kan geven wat hij/zij weet van Europa. Het wordt een persoonlijke logboek, dat per jaar uitgebreid kan worden. Het portfolio met daarin voorbeelden van vragen wordt aan het eind van de workshop meegegeven.

  • D13 – AUTHENTIEKE INTERACTIE IN HET KLASLOKAAL

    Wim Gombert – Project Frans – Nederland (NEDERLANDS)

    Als we meer ‘evidence-based’ willen werken als MVT-docent, kunnen we niet meer om een ‘usage-based’ perspectief heen waarbij de taal geleerd wordt door deze te gebruiken. In een dergelijke benadering wordt de doeltaal veel meer gebruikt in de les waardoor de interactie authentieker kan worden. Bij authentieke communicatie is de taal écht het voertuig van de (tiener)geest, dat wil zeggen dat er sprake is van spontane, échte interactie tussen tieners. Als we erin slagen om de taalleerder zoveel mogelijk te laten doen wat hij/zij wil wint de interactie aan authenticiteit en ontstaat intrinsieke motivatie. Tegelijkertijd heeft onderzoek naar ‘gamification’ laten zien dat intrinsieke motivatie vooral ontstaat als drie basisbehoeften vervuld worden: autonomie, competentie en verbondenheid. Zodra deze ingrediënten aanwezig zijn kunnen spelletjes resulteren in een effectief leerproces. Maar hoe kunnen we bijvoorbeeld leesvaardigheid of werkwoordgebruik trainen in spelvorm? In dit atelier zullen verschillende onderdelen van het curriculum ‘gegamificeerd’ worden waarbij de deelnemers zelf de rol van leerling zullen vervullen.