E14 – FRANSE LITERATUUR IN DE ONDERBOUW

|

Lia Nijdam en Marja Rietveld – csg Bogerman, Sneek; Willem Lodewijk Gymnasium, Groningen – Nederland
(NEDERLANDS)

De nieuwe conceptkerndoelen voor de onderbouw bieden volop mogelijkheden om literatuur te behandelen in de onderbouw. Er is ruimte voor het lezen van fictie voor het onderdeel leesvaardigheid en literatuur biedt bij uitstek een rijk taalaanbod. Ook zou je het kunnen verbinden aan interculturele communicatie en taal- en cultuurbewustzijn. De praktijk is echter weerbarstig. Waar haal je interessante teksten met goede opdrachten vandaan en waar vind je er de (les)tijd voor? Het zou handig zijn om literaire bronnen te vervlechten met de lesstof. Maar hoe doe je dat? Welke literatuur is geschikt? Wat voor opdrachten kun je maken met fictieteksten? In deze workshop laten we een paar voorbeelden zien van literatuur in de onderbouw (klas 3).

Rupture de stock

Autres ateliers intéressants

  • D13 – AUTHENTIEKE INTERACTIE IN HET KLASLOKAAL

    Wim Gombert – Project Frans – Nederland (NEDERLANDS)

    Als we meer ‘evidence-based’ willen werken als MVT-docent, kunnen we niet meer om een ‘usage-based’ perspectief heen waarbij de taal geleerd wordt door deze te gebruiken. In een dergelijke benadering wordt de doeltaal veel meer gebruikt in de les waardoor de interactie authentieker kan worden. Bij authentieke communicatie is de taal écht het voertuig van de (tiener)geest, dat wil zeggen dat er sprake is van spontane, échte interactie tussen tieners. Als we erin slagen om de taalleerder zoveel mogelijk te laten doen wat hij/zij wil wint de interactie aan authenticiteit en ontstaat intrinsieke motivatie. Tegelijkertijd heeft onderzoek naar ‘gamification’ laten zien dat intrinsieke motivatie vooral ontstaat als drie basisbehoeften vervuld worden: autonomie, competentie en verbondenheid. Zodra deze ingrediënten aanwezig zijn kunnen spelletjes resulteren in een effectief leerproces. Maar hoe kunnen we bijvoorbeeld leesvaardigheid of werkwoordgebruik trainen in spelvorm? In dit atelier zullen verschillende onderdelen van het curriculum ‘gegamificeerd’ worden waarbij de deelnemers zelf de rol van leerling zullen vervullen.

  • E16 – LE MÉMOIRE DE FIN D’ÉTUDES EN ENSEIGNEMENT SECONDAIRE : DÉVELOPPER ET RÉALISER LES COMPÉTENCES DE RECHERCHE AUPRÈS DES LYCÉENS

    Philippe Cuylaerts – Odisee Hogeschool, Brussel / Het Atheneum Vilvoorde – Belgique (FRANÇAIS)

    Afin de préparer les élèves en secondaire (lycée, terminale,…) à un parcours d’études en langues et lettres, les objectifs finaux pour la matère de français en Belgique stipulent que les apprenants auront à se familiariser avec les principes de recherche (fondamentale et académique) en travaillant sur la réalisation d’une question de recherche. Il va de soi que l’élaboration d’une telle question de recherche demande une approche ciblée de la part de l’enseignant afin de pouvoir mettre en évidence la complexité académique et la méthodologie particulière que la réalisation d’une question de recherche incombe. Nous approfondirons cette question moyennant un exemple concret, « pris sur le vif ». Nous présenterons le cas une école flamande en région bruxelloise où des lycéens travaillent pendant leurs deux dernières années d’enseignement secondaire sur leur « mémoire de fin d’études ». En d’autres termes: quelle est/ quelles sont la/les méthodologies et les bonnes pratiques pédagogiques auxquelles le professeur de français peut s’appuyer pour mener à bien sa tâche complexe d’accompagnateur de ses élèves?