E14 – FRANSE LITERATUUR IN DE ONDERBOUW

|

Lia Nijdam en Marja Rietveld – csg Bogerman, Sneek; Willem Lodewijk Gymnasium, Groningen – Nederland
(NEDERLANDS)

De nieuwe conceptkerndoelen voor de onderbouw bieden volop mogelijkheden om literatuur te behandelen in de onderbouw. Er is ruimte voor het lezen van fictie voor het onderdeel leesvaardigheid en literatuur biedt bij uitstek een rijk taalaanbod. Ook zou je het kunnen verbinden aan interculturele communicatie en taal- en cultuurbewustzijn. De praktijk is echter weerbarstig. Waar haal je interessante teksten met goede opdrachten vandaan en waar vind je er de (les)tijd voor? Het zou handig zijn om literaire bronnen te vervlechten met de lesstof. Maar hoe doe je dat? Welke literatuur is geschikt? Wat voor opdrachten kun je maken met fictieteksten? In deze workshop laten we een paar voorbeelden zien van literatuur in de onderbouw (klas 3).

Rupture de stock

Autres ateliers intéressants

  • C03 – ONZE ONDERWIJSKEUZES GEÏNSPIREERD DOOR DE THEORIE

    Audrey Rousse-Malpat – Rijksuniversiteit Groningen – Nederland (NEDERLANDS)

    “Het idee dat wat we onderwijzen ook precies is wat leerlingen leren — en op het moment dat we het aanbieden — is niet alleen simplistisch, het is onjuist.” (Michael Long). Dit citaat van een bekende taalonderzoeker benadrukt dat effectieve taaldidactiek gebaseerd moet zijn op een goed begrip van de cognitieve processen achter taalverwerving. Met de opkomst van kunstmatige intelligentie beschikken studenten over krachtige hulpmiddelen. Toch heerst vaak het misverstand dat deze technologieën volstaan om een taal te leren. Onderzoek toont echter aan dat actieve inspanning en bewuste verwerking cruciaal zijn voor het ontwikkelen van diepgaand begrip en het vormen van complexe ideeën. Als taaldocenten richten we ons op de beste didactische methodes: hoe we taal en cultuur onderwijzen, hoe we lesinhoud structureren, hoe we toetsen. Maar wat als we het perspectief omdraaien? Wat als we eerst onderzoeken hoe mensen daadwerkelijk een taal leren, ook in tijden van AI? In deze masterclass verkennen we samen inzichten uit de neurolinguïstiek en psychologie die ons helpen om taalonderwijs effectiever en betekenisvoller te maken.

  • E11 – WAT DOEN WE EIGENLIJK MET DIE WOORDJES?

    Florentine Krijnen – Vrije Universiteit Amsterdam; Vrijeschool Zutphen – Nederland (NEDERLANDS)

    Woordverwerving maakt deel uit van iedere les Frans: zonder woordenschat geen taalverwerving! Als docenten Frans zijn we het er ongetwijfeld over eens dat het vergroten van de woordenschat van onze leerlingen belangrijk is. Woorden zijn de betekenisdragers van iedere vorm van communicatie en een stevige woordenschat is een duidelijke voorspeller voor taalvaardigheid. (Nation, 2013) Toch blijkt het een behoorlijke uitdaging om leerlingen over voldoende woordenschat te laten beschikken, zeker voor de lange(re) termijn en om ervan te kunnen profiteren in het uitoefenen van de diverse vaardigheden. Met de nieuwe kerndoelen en het toekomstige examenprogramma (SLO, 2024) is het nog veel belangrijker geworden dat leerlingen over voldoende woordenschat-bagage beschikken. In de huidige lespraktijk is het echter veelal de leerling die zelf én zelfstandig aan zet is als het op vocabulaire leren aankomt, terwijl vanuit de theorie het handelen van de docent juist cruciaal blijkt voor het succes ervan. Wat zijn de ingrediënten voor een didactiek op woordverwerving? Wat zijn manieren zijn er om meer of anders aandacht te besteden aan woordenschatonderwijs, opdat de leerlingen een bredere, betere en bruikbaardere woordenschat verwerven, voor de lange termijn? Graag deel ik in deze workshop praktische tips en invalshoeken voor een verstevigde woordenschatdidactiek.