Busreis heen en terug – donderdagochtend en vrijdagmiddag

|

Autres ateliers intéressants

  • B09 – HOE MAAK JE EEN TAALTAAK?

    Aly Jellema – NHL Stenden Hogeschool, Leeuwarden – Nederland (NEDERLANDS)

    Taaltaken passen uitstekend in de actuele vakvisie moderne vreemde talen. Ze lokken andere leerprocessen uit: leerlingen tonen meer motivatie dan bij traditioneel onderwijs vanuit een leergang. Daarom proberen veel docenten hun onderwijs leuker te maken met creatieve en praktische opdrachten. Maar dat is niet hetzelfde als taakgericht werken. Het is niet zo moeilijk om een taaltaak te maken, als je de principes en de eerste stappen kent. Andere misverstanden uit de weg: je kunt daarbij je leergang gebruiken (maar het moet niet) en ook is klassikaal werken geen taboe. In deze workshop leer je over de opbouw, toetsing, planning en praktische zaken. Je start met een eigen ontwerp tijdens dit uur. Na dit congres wil je zo snel mogelijk je eigen taaltaak afmaken en uitproberen. Daarmee start er voor jou én je leerlingen een boeiend leerproces. Een zelfontworpen taaltaak levert jou én je leerlingen zoveel meer op, dat je daarna niet meer anders wilt. Kom dus het liefst samen met je collega, want samen leer je sneller en beter.

  • E11 – WAT DOEN WE EIGENLIJK MET DIE WOORDJES?

    Florentine Krijnen – Vrije Universiteit Amsterdam; Vrijeschool Zutphen – Nederland (NEDERLANDS)

    Woordverwerving maakt deel uit van iedere les Frans: zonder woordenschat geen taalverwerving! Als docenten Frans zijn we het er ongetwijfeld over eens dat het vergroten van de woordenschat van onze leerlingen belangrijk is. Woorden zijn de betekenisdragers van iedere vorm van communicatie en een stevige woordenschat is een duidelijke voorspeller voor taalvaardigheid. (Nation, 2013) Toch blijkt het een behoorlijke uitdaging om leerlingen over voldoende woordenschat te laten beschikken, zeker voor de lange(re) termijn en om ervan te kunnen profiteren in het uitoefenen van de diverse vaardigheden. Met de nieuwe kerndoelen en het toekomstige examenprogramma (SLO, 2024) is het nog veel belangrijker geworden dat leerlingen over voldoende woordenschat-bagage beschikken. In de huidige lespraktijk is het echter veelal de leerling die zelf én zelfstandig aan zet is als het op vocabulaire leren aankomt, terwijl vanuit de theorie het handelen van de docent juist cruciaal blijkt voor het succes ervan. Wat zijn de ingrediënten voor een didactiek op woordverwerving? Wat zijn manieren zijn er om meer of anders aandacht te besteden aan woordenschatonderwijs, opdat de leerlingen een bredere, betere en bruikbaardere woordenschat verwerven, voor de lange termijn? Graag deel ik in deze workshop praktische tips en invalshoeken voor een verstevigde woordenschatdidactiek.