A13 – EEN KIJKJE IN DE CITO-KEUKEN

|

Youri Courtin en Eva Cornuijt – Cito – Nederland
(NEDERLANDS)

Hoe komt een centraal schriftelijk examen tot stand? Wie kiest de teksten? Wie maken er vragen bij? Hoeveel keer wordt er aan een examenvraag gesleuteld vooraleer deze in een examen verschijnt? Wie stelt de antwoorden in het correctievoorschrift op? En hoe zullen examenvorm en -inhoud mogelijk veranderen als gevolg van de vakvernieuwing? Tijdens dit atelier neemt u een kijkje in de Cito-keuken en krijgt u inzicht in de verschillende etappes in het huidige examenconstructieproces. Een toetsdeskundige van Cito laat u kennis maken met de werkwijze van examenmakers en benoemt de criteria die een rol spelen bij het kiezen en bewerken van examenmateriaal. Ook zult u een aantal concrete voorbeelden zien van de ontwikkeling van een examenvraag. Daarnaast passeert de vakvernieuwing de revue: op het moment van schrijven zijn de opdrachten voor de fase van beproeven aangeleverd. Dit materiaal verschilt op diverse punten sterk van het huidige centraal schriftelijk examen. Ten slotte kruipt u als deelnemer in de huid van een examenmaker en kunt u mogelijke bronnen ‘keuren’, waarna u zelf examenvragen bedenkt bij volgens u geschikt examenmateriaal.

En stock

Autres ateliers intéressants

  • E11 – WAT DOEN WE EIGENLIJK MET DIE WOORDJES?

    Florentine Krijnen – Vrije Universiteit Amsterdam; Vrijeschool Zutphen – Nederland (NEDERLANDS)

    Woordverwerving maakt deel uit van iedere les Frans: zonder woordenschat geen taalverwerving! Als docenten Frans zijn we het er ongetwijfeld over eens dat het vergroten van de woordenschat van onze leerlingen belangrijk is. Woorden zijn de betekenisdragers van iedere vorm van communicatie en een stevige woordenschat is een duidelijke voorspeller voor taalvaardigheid. (Nation, 2013) Toch blijkt het een behoorlijke uitdaging om leerlingen over voldoende woordenschat te laten beschikken, zeker voor de lange(re) termijn en om ervan te kunnen profiteren in het uitoefenen van de diverse vaardigheden. Met de nieuwe kerndoelen en het toekomstige examenprogramma (SLO, 2024) is het nog veel belangrijker geworden dat leerlingen over voldoende woordenschat-bagage beschikken. In de huidige lespraktijk is het echter veelal de leerling die zelf én zelfstandig aan zet is als het op vocabulaire leren aankomt, terwijl vanuit de theorie het handelen van de docent juist cruciaal blijkt voor het succes ervan. Wat zijn de ingrediënten voor een didactiek op woordverwerving? Wat zijn manieren zijn er om meer of anders aandacht te besteden aan woordenschatonderwijs, opdat de leerlingen een bredere, betere en bruikbaardere woordenschat verwerven, voor de lange termijn? Graag deel ik in deze workshop praktische tips en invalshoeken voor een verstevigde woordenschatdidactiek.

  • E13 – HOE WORD IK EEN EUROPEES BURGER, MIJN PERSOONLIJKE LOGBOEK

    Charlotte Vellinga – AEDE-Nederland – Nederland (NEDERLANDS)

    AEDE-nl heeft meegedaan aan verschillende Europese projecten. o.a. Elicit en Elicit plus. Met 14 deelnemende Europese landen is een programma opgezet met als onderwerp: kennis van Europa. Wat zou een leerling op een bepaalde leeftijd van Europa moeten weten? Over de buurlanden, andere talen, de Europese unie, burgerschap. Er is een portfolio ontwikkeld, waarin de leerling aan kan geven wat hij/zij weet van Europa. Het wordt een persoonlijke logboek, dat per jaar uitgebreid kan worden. Het portfolio met daarin voorbeelden van vragen wordt aan het eind van de workshop meegegeven.