A13 – EEN KIJKJE IN DE CITO-KEUKEN

|

Youri Courtin en Eva Cornuijt – Cito – Nederland
(NEDERLANDS)

Hoe komt een centraal schriftelijk examen tot stand? Wie kiest de teksten? Wie maken er vragen bij? Hoeveel keer wordt er aan een examenvraag gesleuteld vooraleer deze in een examen verschijnt? Wie stelt de antwoorden in het correctievoorschrift op? En hoe zullen examenvorm en -inhoud mogelijk veranderen als gevolg van de vakvernieuwing? Tijdens dit atelier neemt u een kijkje in de Cito-keuken en krijgt u inzicht in de verschillende etappes in het huidige examenconstructieproces. Een toetsdeskundige van Cito laat u kennis maken met de werkwijze van examenmakers en benoemt de criteria die een rol spelen bij het kiezen en bewerken van examenmateriaal. Ook zult u een aantal concrete voorbeelden zien van de ontwikkeling van een examenvraag. Daarnaast passeert de vakvernieuwing de revue: op het moment van schrijven zijn de opdrachten voor de fase van beproeven aangeleverd. Dit materiaal verschilt op diverse punten sterk van het huidige centraal schriftelijk examen. Ten slotte kruipt u als deelnemer in de huid van een examenmaker en kunt u mogelijke bronnen ‘keuren’, waarna u zelf examenvragen bedenkt bij volgens u geschikt examenmateriaal.

En stock

Autres ateliers intéressants

  • D14 – LITERATUUR = TAALVAARDIGHEID

    Lia Nijdam en Marja Rietveld – csg Bogerman, Sneek; Willem Lodewijk Gymnasium, Groningen – Nederland (NEDERLANDS)

    In alle nieuwe examendomeinen van het concept examenprogramma uit 2024 komt literatuur voor. Het valt onder het rijke aanbod van talige bronnen die we leerlingen aanbieden (“Communicatie”), het biedt volop voorbeelden van taalvariatie (“Taalbewustzijn”) en literatuur is een mooie bron om cultuurgebonden aspecten te analyseren (“Cultuurbewustzijn”). Er is zelfs het subdomein “Cultuur en fictie”. Reden genoeg dus om literatuur een grotere rol te geven in de bovenbouw! In het huidige examenprogramma staat de taalvaardigheid centraal. De uitdaging van het nieuwe programma is dat we moeten proberen de taalvaardigheid te koppelen aan inhoudelijk relevante thema’s. Wij denken dat literatuur daar een geschikt middel voor is en dat het goed mogelijk is om luister-, schrijf- en spreekvaardigheid te koppelen aan literaire teksten. In deze workshop geven we concrete voorbeelden uit onze lespraktijk (bovenbouw havo/vwo) en verkennen we geschikte bronnen, zodat u zelf aan de slag kunt met literatuur in de les.

  • C01 – STIMULER LA PRODUCTION ORALE ET FAVORISER LA CRÉATIVITÉ À L’AIDE DES JEUX NARRATIFS ET ARGUMENTATIFS

    Pauline Boivin – Université Grenoble Alpes–CUEF – France (FRANÇAIS)

    Venez découvrir comment intégrer une pratique ludique dans vos cours ! Les jeux présentés lors de cet atelier (Imagidés, Nonesens Family, The big idea, Cyrano, etc. ) ont en effet un intérêt particulier dans nos cours de FLE car ils permettent de stimuler la production orale et la créativité de nos apprenants, tout en favorisant le passage à la production écrite. Du matériel pédagogique sera fourni aux participants au cours de cet atelier afin de favoriser la réappropriation de ce qui aura été vu.