A13 – EEN KIJKJE IN DE CITO-KEUKEN

|

Youri Courtin en Eva Cornuijt – Cito – Nederland
(NEDERLANDS)

Hoe komt een centraal schriftelijk examen tot stand? Wie kiest de teksten? Wie maken er vragen bij? Hoeveel keer wordt er aan een examenvraag gesleuteld vooraleer deze in een examen verschijnt? Wie stelt de antwoorden in het correctievoorschrift op? En hoe zullen examenvorm en -inhoud mogelijk veranderen als gevolg van de vakvernieuwing? Tijdens dit atelier neemt u een kijkje in de Cito-keuken en krijgt u inzicht in de verschillende etappes in het huidige examenconstructieproces. Een toetsdeskundige van Cito laat u kennis maken met de werkwijze van examenmakers en benoemt de criteria die een rol spelen bij het kiezen en bewerken van examenmateriaal. Ook zult u een aantal concrete voorbeelden zien van de ontwikkeling van een examenvraag. Daarnaast passeert de vakvernieuwing de revue: op het moment van schrijven zijn de opdrachten voor de fase van beproeven aangeleverd. Dit materiaal verschilt op diverse punten sterk van het huidige centraal schriftelijk examen. Ten slotte kruipt u als deelnemer in de huid van een examenmaker en kunt u mogelijke bronnen ‘keuren’, waarna u zelf examenvragen bedenkt bij volgens u geschikt examenmateriaal.

En stock

Autres ateliers intéressants

  • D13 – AUTHENTIEKE INTERACTIE IN HET KLASLOKAAL

    Wim Gombert – Project Frans – Nederland (NEDERLANDS)

    Als we meer ‘evidence-based’ willen werken als MVT-docent, kunnen we niet meer om een ‘usage-based’ perspectief heen waarbij de taal geleerd wordt door deze te gebruiken. In een dergelijke benadering wordt de doeltaal veel meer gebruikt in de les waardoor de interactie authentieker kan worden. Bij authentieke communicatie is de taal écht het voertuig van de (tiener)geest, dat wil zeggen dat er sprake is van spontane, échte interactie tussen tieners. Als we erin slagen om de taalleerder zoveel mogelijk te laten doen wat hij/zij wil wint de interactie aan authenticiteit en ontstaat intrinsieke motivatie. Tegelijkertijd heeft onderzoek naar ‘gamification’ laten zien dat intrinsieke motivatie vooral ontstaat als drie basisbehoeften vervuld worden: autonomie, competentie en verbondenheid. Zodra deze ingrediënten aanwezig zijn kunnen spelletjes resulteren in een effectief leerproces. Maar hoe kunnen we bijvoorbeeld leesvaardigheid of werkwoordgebruik trainen in spelvorm? In dit atelier zullen verschillende onderdelen van het curriculum ‘gegamificeerd’ worden waarbij de deelnemers zelf de rol van leerling zullen vervullen.

  • C03 – ONZE ONDERWIJSKEUZES GEÏNSPIREERD DOOR DE THEORIE

    Audrey Rousse-Malpat – Rijksuniversiteit Groningen – Nederland (NEDERLANDS)

    “Het idee dat wat we onderwijzen ook precies is wat leerlingen leren — en op het moment dat we het aanbieden — is niet alleen simplistisch, het is onjuist.” (Michael Long). Dit citaat van een bekende taalonderzoeker benadrukt dat effectieve taaldidactiek gebaseerd moet zijn op een goed begrip van de cognitieve processen achter taalverwerving. Met de opkomst van kunstmatige intelligentie beschikken studenten over krachtige hulpmiddelen. Toch heerst vaak het misverstand dat deze technologieën volstaan om een taal te leren. Onderzoek toont echter aan dat actieve inspanning en bewuste verwerking cruciaal zijn voor het ontwikkelen van diepgaand begrip en het vormen van complexe ideeën. Als taaldocenten richten we ons op de beste didactische methodes: hoe we taal en cultuur onderwijzen, hoe we lesinhoud structureren, hoe we toetsen. Maar wat als we het perspectief omdraaien? Wat als we eerst onderzoeken hoe mensen daadwerkelijk een taal leren, ook in tijden van AI? In deze masterclass verkennen we samen inzichten uit de neurolinguïstiek en psychologie die ons helpen om taalonderwijs effectiever en betekenisvoller te maken.